Oké, eerlijk ? Het combineren van wijn en eten klinkt vaak veel ingewikkelder dan het is. Je hebt van die mensen die er een hele wetenschap van maken, met termen als “tannines” en “mineraliteit”, en je voelt je meteen dom. Maar de waarheid is simpeler. Met een paar basisregels kom je een heel eind, en daarna gaat het vooral om proberen en je eigen smaak vertrouwen. In dit artikel leg ik je de simpele methode uit om wijn en eten te combineren zonder dat je een sommelier hoeft te bellen.
Vergeet de perfecte match : smaak is persoonlijk

Voordat we beginnen : vergeet het idee dat er één perfecte combinatie bestaat. Die bestaat niet. Smaak is persoonlijk, en wat voor mij werkt, vind jij misschien maar niks. Wil je écht de diepte in over de Franse keuken en wijnen, dan vind je op https://restaurant-chez-serge.com trouwens een hoop praktische gidsen die verder gaan dan de basis. Maar voor nu hou ik het concreet en bruikbaar.
De gouden basisregel : balans boven alles
Het hele idee achter een goede combinatie is balans. Een krachtig gerecht heeft een krachtige wijn nodig. Een licht gerecht vraagt om een lichte wijn. Klinkt logisch, toch ? Stel je voor : je zet een delicate witte vis naast een zware, tanninerijke rode wijn. De vis verdwijnt gewoon. Weg. Je proeft alleen nog die wijn. Zonde.
Andersom geldt hetzelfde. Een stevige stoofschotel of een rijpe stuk rundvlees met een dun, zuurtjes wijntje ernaast ? Dat wijntje wordt compleet overstemd. Het gaat dus om gewicht tegen gewicht. Onthoud dat ene woord en je bent al halverwege.
Wit bij vis, rood bij vlees ? Niet altijd waar

Die oude regel kent iedereen. En ja, vaak klopt-ie ook gewoon. Maar perso vind ik dat hij te veel mensen bang maakt om af te wijken. Want er zijn genoeg uitzonderingen die juist verrassend goed werken.
Neem zalm of tonijn. Dat zijn vette, stevige vissen. Daar kan een lichte rode wijn, zoals een Pinot Noir, prima bij. Lichtjes gekoeld zelfs, dat is echt lekker. En kip ? Dat hangt helemaal af van de bereiding. Gegrilde kip met kruiden gaat een andere kant op dan kip in een romige saus. De saus bepaalt vaak meer dan het hoofdingrediënt zelf. Dat is een dingetje dat veel mensen vergeten.
Let op de saus, niet alleen op het bord
Dit is misschien wel mijn belangrijkste tip. Combineer je wijn met de saus, niet met het stuk vlees of vis. Een gerecht met een tomatensaus is zuur en vraagt om een wijn met genoeg zuren om mee te gaan. Een romige saus met boter ? Daar wil je een wijn die wat vetter is, een witte met body, een gerijpte Chardonnay bijvoorbeeld.
Heb je een pittig gerecht ? Dan wordt het lastiger. Pittig en alcohol botsen vaak. De alcohol versterkt de scherpte en je mond staat in de fik. Kies dan voor iets met een beetje restzoet, een wijn die niet te droog is. Een Riesling met een zoetje doet wonderen bij Aziatisch eten. Echt, probeer het een keer.
De combinaties die bijna altijd werken

Soms wil je gewoon iets dat zeker goed zit, zonder na te denken. Hier een paar klassiekers die zelden teleurstellen :
Kaas en wijn : niet automatisch rood, zoals veel mensen denken. Witte wijn werkt vaak juist beter bij kaas. Een geitenkaas met een frisse Sauvignon Blanc, dat is gewoon top.
Schaaldieren en bubbels : oesters met een glas Champagne of een droge Crémant. De frisheid en de zuren snijden door het zilte heen. Klassiek, maar het werkt om een reden.
Rood vlees en een stevige rode : een entrecôte met een Bordeaux of een Malbec. De tannines in de wijn binden met de vetten van het vlees. Hier klopt de oude regel dus wél helemaal.
Chocolade en zoete wijn : een dessert met chocolade vraagt om een wijn die minstens zo zoet is. Een droge wijn ernaast wordt bitter. Dat heb ik een keer fout gedaan op een diner, en geloof me, dat proef je meteen.
En als je twijfelt ? Vertrouw op je regio
Een trucje dat bijna magisch werkt : combineer eten met de wijn uit dezelfde streek. Gerechten en wijnen die samen zijn opgegroeid, passen vaak van nature bij elkaar. Een Italiaanse pasta met een Italiaanse wijn. Een Frans stoofgerecht met een wijn uit dezelfde regio. Het is geen toeval, het is eeuwen traditie die zijn werk heeft gedaan.
Werkt het altijd ? Nee, niks werkt altijd. Maar het is een veilige gok als je echt geen idee hebt. En het geeft je meteen een verhaal om te vertellen aan tafel, wat ook nooit kwaad kan.
Durf gewoon te experimenteren

Hier komt-ie, mijn eerlijke afsluiter : de beste manier om te leren wat jij lekker vindt, is gewoon doen. Proef. Vergelijk. Zet eens twee wijnen naast hetzelfde gerecht en let op het verschil. Je hoeft geen expert te zijn. Je hoeft alleen maar aandacht te besteden aan wat er in je mond gebeurt.
De regels in dit artikel zijn een vertrekpunt, geen wet. Vind je een rode wijn bij je vis heerlijk, terwijl iedereen zegt dat het niet mag ? Dan heb je gelijk. Het gaat om jouw plezier, niet om de goedkeuring van een of andere criticus. Dus, welke combinatie ga jij deze week eens uitproberen ?
